Initiatiefvoorstel

07 jul. 2026

Initiatiefvoorstel Vaessen Invoering lobbyregister, openbaarmaking agenda’s van burgemeester en wethouders en lobbyparagraaf bij collegevoorstellen

Onderwerp
Invoering lobbyregister, openbaarmaking agenda’s van burgemeester en wethouders en
lobbyparagraaf bij collegevoorstellen.

Samenvatting
In Maastricht is momenteel niet structureel inzichtelijk welke externe partijen met een particulier
belang contact opnemen met leden van het college van burgemeester en wethouders of
leidinggevende ambtenaren, noch zijn de agenda's van wethouders openbaar. In een periode waarin
na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 en de daaropvolgende verkenning door een
groot aantal partijen over de wens tot een nieuwe bestuurscultuur en meer transparantie is
gesproken, biedt dit initiatiefvoorstel een samenhangend pakket van drie maatregelen dat op
gemeentelijk niveau de totstandkoming van beleid inzichtelijker maakt.
Het pakket bestaat uit: (1) een openbaar lobbyregister in de vorm van een rapportageplicht voor leden
van het college en een nader te bepalen groep hooggeplaatste leidinggevende ambtenaren, (2) de
wekelijkse openbaarmaking van alle externe afspraken van collegeleden, inclusief beleidsmatige
werkafspraken – en (3) een verplichte lobbyparagraaf bij kaderstellende beleidsstukken van het
college.

Rotterdam is op 30 januari 2025 als eerste gemeente in Nederland overgegaan tot invoering van een
lobbyregister en lobbyparagraaf, en de gemeente Den Haag maakt de openbare
representatieverplichtingen van het college reeds wekelijks openbaar. Maastricht kan, door de lessen
uit Rotterdam te benutten en – voor wat betreft de agendaopenbaarmaking – verder te gaan dan Den
Haag, een concrete en afdwingbare invulling geven aan de breed gedragen wens tot een meer open,
vernieuwende en daarmee betere bestuurscultuur.

Beslispunten
De raad besluit:
1. Het college op te dragen een openbaar lobbyregister in te voeren, in de vorm van een
rapportageplicht. Hierin staat vermeld welke rechts- en natuurlijke personen op welk moment
leden van het college alsmede een nader door het college vast te stellen groep
hooggeplaatste leidinggevende ambtenaren in functie hebben benaderd met als doel het
dienen van een kennelijk particulier belang. Daarbij wordt het college opgedragen de precieze
reikwijdte, het format en de publicatiewijze van dit register in Q4 2026 na vaststelling van dit
besluit aan de raad voor te leggen;
2. Het college op te dragen de volledige externe agenda van alle collegeleden wekelijks
openbaar te maken via de gemeentelijke website, met vermelding van minimaal de naam van
de gesprekspartner of organisatie, het globale onderwerp van de afspraak en de datum.
Hierbij wordt onder externe agenda verstaan: zowel openbare representatieverplichtingen als
beleidsmatige werkafspraken en deze openbaarmaking te realiseren in Q4 2026 na
vaststelling van dit besluit;
3. Het college op te dragen bij alle aan de raad aangeboden kaderstellende beleidsstukken een
lobbyparagraaf op te nemen, waarin staat vermeld welke rechtspersonen zijn geraadpleegd
of anderszins betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het voorstel en wat met hun
inbreng is gedaan, met inwerkingtreding eveneens in Q4 2026 na vaststelling van dit besluit;
4. Het college te verzoeken twee jaar na inwerkingtreding van dit besluit een evaluatie uit te
voeren naar de effecten van het lobbyregister, de agendaopenbaarmaking en de
lobbyparagraaf, met specifieke aandacht voor administratieve lasten, uitvoeringskosten en de
mate waarin de maatregelen bijdragen aan transparantie in de gemeentelijke besluitvorming,
de vernieuwende bestuurscultuur en de uitkomsten en eventuele verbeterpunten ter
bespreking en vaststelling aan de gemeenteraad voor te leggen.

1. Aanleiding en bevoegdheden
1.1 Aanleiding
Na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 en de daaropvolgende verkenning hebben
meerdere partijen in Maastricht zich uitgesproken voor een nieuwe bestuurscultuur, gekenmerkt door
meer openheid, transparantie en democratische controle. Dit initiatiefvoorstel geeft aan die breed
gedragen wens een concrete en afdwingbare invulling door een samenhangend pakket van
maatregelen voor te stellen dat de totstandkoming van gemeentelijk beleid inzichtelijker maakt voor
raadsleden, de pers en inwoners.
De totstandkoming van dit voorstel is niet ingegeven door concrete vermoedens van
onregelmatigheden, maar door het structurele gegeven dat in Maastricht – evenals in vrijwel alle
andere Nederlandse gemeenten – niet systematisch wordt bijgehouden welke externe partijen met
een particulier belang contact opnemen met wethouders of leidinggevende ambtenaren. Evenmin
worden de agenda's van collegeleden openbaargemaakt. Dit betekent dat de gemeenteraad zijn
controlerende taak slechts gedeeltelijk kan vervullen: raadsleden kunnen momenteel wel toetsen wat
het college inhoudelijk voorstelt en besluit, maar niet nagaan welke externe partijen aan de voorkant
invloed hebben geprobeerd uit te oefenen op voorstellen en besluiten.
Op nationaal niveau is de discussie over lobbyregisters en agendatransparantie al langer gaande. In
2022 riepen Kamerleden Dassen en Omtzigt het kabinet middels een motie op een verplicht nationaal
lobbyregister in te voeren, inclusief openbaarmaking van de agenda’s van ministers.1 Deze motie
werd door een brede Kamermeerderheid gesteund, maar het kabinet-Schoof weigerde nog in 2025
tot uitvoering over te gaan.2 Op gemeentelijk niveau heeft Rotterdam wél actie ondernomen: op 30
januari 2025 nam de Rotterdamse gemeenteraad een initiatiefvoorstel aan tot invoering van een
openbaar lobbyregister en lobbyparagraaf.3 De gemeente Den Haag maakt de openbare
representatieverplichtingen van de leden van het college van B&W reeds wekelijks openbaar via de
gemeentelijke website.4
Ook de Raad voor het Openbaar Bestuur benadrukte in zijn advies ‘Betekenisvol Transparant dat een bredere kijk op open overheid’ dat transparantie niet enkel een formeel-juridische
aangelegenheid is,5 maar dat het openbaar bestuur actief inzicht moet bieden in de wijze waarop
besluiten tot stand zijn gekomen. Juist omdat dit een voorwaarde is voor effectieve democratische
controle.

1.2 Bevoegdheden
De gemeenteraad is op grond van de artikelen 147a lid 1 en 149 van de Gemeentewet bevoegd
verordeningen vast te stellen en het college instructies en opdrachten te geven. De in dit voorstel
voorgestelde maatregelen – het lobbyregister, de agendaopenbaarmaking en de lobbyparagraaf –
vereisen geen afzonderlijke verordening, maar kunnen worden gerealiseerd door een raadsopdracht
aan het college om de betreffende werkwijzen te implementeren en in ambtelijke richtlijnen en
procedures vast te leggen. De Wet open overheid biedt gemeenten bovendien de ruimte om verder te
gaan dan de wettelijk verplichte minimumstandaard voor actieve openbaarmaking; dit voorstel strekt
ertoe van die geboden ruimte gebruik te maken.

2. Probleemstelling
De kern van het probleem is drieledig.
In de eerste plaats is momenteel niet inzichtelijk welke externe partijen met een particulier belang
toenadering zoeken tot wethouders en leidinggevende ambtenaren in Maastricht, en welke invloed dit
heeft op de voorbereiding en inhoud van beleidsstukken. Lobbyen is op zichzelf een legitiem
onderdeel van het democratisch proces: het is goed dat organisaties en bedrijven hun belangen
kenbaar maken aan bestuurders. Het probleem is echter dat, zolang deze contacten niet worden
geregistreerd, de gemeenteraad, het journaille, en inwoners geen zicht hebben op de vraag welke
belangen aan de voorkant wél zijn meegenomen en welke niet. Deze mogelijke ongelijkheid in
toegang tot bestuurders kan bijgevolg leiden tot onevenwichtige weging van belangen zonder dat
deze zichtbaar wordt.
Ten tweede worden de agenda's van de burgemeester en wethouders niet openbaargemaakt. Dit
betekent dat niet controleerbaar is met wie de collegeleden externe afspraken hebben en over welke
onderwerpen. Hierdoor kan de raad zijn controlerende rol ten aanzien van het college structureel
onvolledig kan vervullen. De gemeente Den Haag publiceert de openbare representatieverplichtingen
van het college wekelijks. Ten opzichte van dit voorbeeld uit de praktijk gaat dit voorstel verder door
ook beleidsmatige werkafspraken mee te nemen; juist omdat die categorie afspraken de meest
relevante informatie bevat over externe beïnvloeding van beleid in wording.
5 https://www.raadopenbaarbestuur.nl/site/binaries/site-
content/collections/documents/2025/6/17/transparantie-is-meer-dan-woo/rob-advies-betekenisvol-
transparant-een-bredere-kijk-op-open-overheid.pdf.


In de derde plaats ontbreekt bij de kaderstellende beleidsstukken een systematische verantwoording
over de vraag welke externe partijen betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het voorstel en
wat er met hun inbreng is gedaan. Dit maakt het voor de raad moeilijk te beoordelen of alle relevante
belangen zijn meegewogen, wat daarvan überhaupt de impact is en of sprake is van een
evenwichtige voorbereiding.
Tezamen leiden deze drie tekortkomingen ertoe dat besluitvorming in Maastricht weliswaar formeel
transparant is – via raadsstukken en openbare vergaderingen – maar materieel niet: de fase vóór de
besluitvorming, waarin de daadwerkelijke beïnvloeding plaatsvindt, blijft tot op heden in het
verborgene.
Tot slot: Rome is niet op één dag gebouwd. Onoverkomelijk zal de introductie van een lobbyregister
in den beginne tot onvolmaaktheden leiden. Dit soort kinderziektes is de keerzijde van politiek
bestuurlijk pionieren. Daarop gelet, is het zaak om 2 jaar na implementatie van bovengenoemd
pakket de lessons learned en eventueel hieruit voortvloeiende verbeterpunten kritisch tegen het licht
te houden. Mogelijke tekortkomingen worden zo het hoofd geboden, hetgeen de transparantie,
controle en effectiviteit van het totaalpakket vergroten.

3. Beoogd effect
3.1 Doelstelling
Met dit initiatiefvoorstel wordt beoogd de (materiële) fase vóór de formele besluitvorming inzichtelijker
te maken, zodat:
1. zichtbaar wordt welke externe partijen met een particulier belang contact opnemen met het
college en leidinggevende ambtenaren (door het lobbyregister);
2. controleerbaar wordt met wie wethouders externe afspraken hebben en waarover (door de
agendaopenbaarmaking), en;
3. aantoonbaar wordt welke belangen zijn gewogen bij de voorbereiding van beleidsstukken
(door de lobbyparagraaf).
3.2 Beoogde effecten (waarneembaar)
De raad beoogt dat binnen twee jaar na inwerkingtreding aantoonbaar wordt:
dat het lobbyregister een actueel en openbaar raadpleegbaar overzicht biedt van contacten
tussen rechts- en natuurlijke personen en het college dan wel hooggeplaatste,
leidinggevende ambtenaren;
dat de externe agenda’s van de leden van het college wekelijks en tijdig worden
gepubliceerd, zowel openbare representatieverplichtingen als beleidsmatige afspraken;
dat kaderstellende beleidsstukken standaard een lobbyparagraaf bevatten, en;
dat de administratieve lasten van de drie maatregelen door het college zijn geïnventariseerd
en proportioneel zijn bevonden in verhouding tot de gewonnen transparantie.

4. Inhoud van de maatregelen
4.1 Het openbaar lobbyregister
Het lobbyregister heeft, conform het Rotterdamse model, de vorm van een rapportageplicht voor
leden van het college en een nader door het college te bepalen groep hooggeplaatste,
leidinggevende ambtenaren. Leden van het college en de betreffende ambtenaren leggen in het
register vast welke rechts- en natuurlijke personen hen in functie hebben benaderd met als doel het
dienen van een kennelijk particulier belang, met vermelding van de naam van de rechtspersoon, het
moment van contact en het globale onderwerp. Het register is openbaar en voor eenieder gemakkelijk
digitaal raadpleegbaar.
Uitgangspunt is dat de rapportageplicht ziet op rechts- of natuurlijke personen – bedrijven,
stichtingen, verenigingen en andere georganiseerde verbanden zoals een maatschap – met een
kennelijk particulier belang, niet op reguliere participatie van inwoners of contacten met
maatschappelijke organisaties die geen specifiek commercieel of particulier belang nastreven. Als
randvoorwaarde geldt dat de ambtenaar of het collegelid aan de betreffende rechtspersoon kenbaar
maakt dat het contact als lobbyactiviteit wordt geregistreerd. Het college werkt een definitie uit van
wat onder ‘kennelijk particulier belang’ wordt verstaan, en legt deze definitie, tezamen met het format
en de publicatiewijze van het register, binnen zes maanden aan de raad voor.
4.2 Openbaarmaking externe agenda's van wethouders
De gemeente Maastricht publiceert wekelijks de externe agenda's van alle collegeleden via de
gemeentelijke website. Onder externe agenda wordt verstaan: alle afspraken van een collegelid met
partijen buiten het gemeentebestuur. Per afspraak worden minimaal vermeld: de naam van de
gesprekspartner of organisatie, het globale onderwerp en de datum.
Met deze maatregel gaat Maastricht verder dan de huidige praktijk in Den Haag,6 waar uitsluitend de
openbare representatieverplichtingen van collegeleden worden gepubliceerd. Maastricht neemt ook
beleidsmatige werkafspraken mee – en daarmee alle externe afspraken van wethouders – hetgeen
rechtdoet aan de kern van het probleem: juist die categorie afspraken is voor de raad en inwoners nu
niet inzichtelijk, terwijl zij de meest relevante informatie bevat over externe beïnvloeding van beleid in
wording.
6 https://www.denhaag.nl/nl/nieuws/agenda-college-van-burgemeester-en-wethouders/.

Interne besprekingen binnen het college en met ambtenaren, waarbij de zogenaamde persoonlijke
beleidsopvattingen ter tafel komen, alsmede persoonlijke afspraken zonder publiek of bestuurlijk
karakter vallen buiten de publicatieplicht.
4.3 Lobbyparagraaf bij kaderstellende beleidsstukken
Bij alle aan de raad aangeboden kaderstellende beleidsstukken neemt het college een
lobbyparagraaf op. Daarin wordt vermeld welke rechtspersonen zijn geraadpleegd of anderszins
betrokken zijn geweest bij de voorbereiding van het stuk, op welk moment en in welke hoedanigheid,
en wat met hun inbreng is gedaan. De lobbyparagraaf heeft niet tot doel formele inspraakmomenten
te registreren – daarvoor bestaan de reguliere participatieprocedures – maar om de informele en
beleidsvoorbereidende contacten inzichtelijk te maken die thans buiten beeld blijven. Dit sluit aan bij
de aanbevelingen in de initiatiefnota ‘Lobbyen in daglicht: luisteren en laten zien’ van de Tweede
Kamerleden Bouwmeester en Oosenbrug uit 2015,7 en bij het Rotterdamse model.

5. Argumenten
5.1 Transparantie is een voorwaarde voor democratische controle, niet slechts een ambitie.
De controlerende taak van de gemeenteraad ten aanzien van het college is slechts effectief wanneer
de raad niet alleen kan toetsen wat het college heeft besloten of aan de raad besluit voor te leggen,
maar ook inzicht heeft in de wijze waarop dat besluit tot stand is gekomen. Zolang de fase vóór de
besluitvorming – waarin externe beïnvloeding plaatsvindt – buiten het gezichtsveld van de raad blijft,
schiet de democratische controle structureel tekort, ongeacht de kwaliteit van de formele
besluitvormingsprocedures.
5.2 Rotterdam toont aan dat invoering op gemeentelijk niveau praktisch uitvoerbaar is.
De gemeente Rotterdam heeft op 30 januari 2025 als eerste Nederlandse gemeente een openbaar
lobbyregister en lobbyparagraaf ingevoerd. Het Rotterdamse raadsbesluit dat daarin ten grondslag
ligt, draagt het college op een rapportageplicht in te voeren voor collegeleden en ambtenaren in
schaal 18 en 19, een lobbyparagraaf op te nemen in kaderstellende beleidsstukken en dit als
tweejarige pilot met evaluatie. Dit precedent toont aan dat de maatregel juridisch houdbaar,
bestuurlijk uitvoerbaar en politiek haalbaar is.
5.3 Den Haag bewijst dat agendaopenbaarmaking werkbaar is; Maastricht kan verdergaan
Den Haag publiceert de publieke agenda van het volledige college van B&W reeds wekelijks. Dit
toont aan dat systematische publicatie van bestuursagenda's organisatorisch haalbaar is. Maastricht
kan met dit voorstel verdergaan door ook beleidsmatige werkafspraken mee te nemen. Juist die
afspraken zijn voor de raad en onze inwoners nu onzichtbaar, terwijl zij de meest relevante informatie
bevatten over externe beïnvloeding van beleid in wording.
7 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34376-2.html.

5.4 De maatregelen zijn proportioneel: zij vragen registratie van wie, wanneer en waarover – niet
van inhoud
Een veelgehoord bezwaar tegen lobbyregisters en agendaopenbaarmaking is dat zij de
beleidsintimiteit van bestuurders zouden aantasten – de ruimte om vrijelijk van gedachten te wisselen
met externen als noodzakelijke voorwaarde voor goed beleid. Dit bezwaar mist echter doel: de in dit
voorstel gevraagde registratie betreft uitsluitend de metagegevens van contacten (welke
rechtspersoon, wanneer, globaal waarover), niet de inhoud van gesprekken of de beleidsafwegingen
die daarin worden gemaakt. De zogenaamde persoonlijke beleidsopvattingen blijven dan ook buiten
schot. Hetzelfde onderscheid ligt ten grondslag aan het Rotterdamse model en aan de nationale
discussie over ministeragenda's.
5.5 De timing is gunstig: brede politieke steun voor een nieuwe bestuurscultuur
De gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 en de formatiebesprekingen daarna hebben een
politiek momentum gecreëerd waarin de wens tot een andere bestuurscultuur breed wordt gedragen.
Dit voorstel vertaalt die wens in concrete, afdwingbare verplichtingen. Door nu te handelen, maakt de
raad zichtbaar dat ‘meer transparantie’ niet slechts een nobel streven is maar een breedgedragen
keuze die door de nieuwe raad direct in beleid wordt omgezet.

6. Uitvoering, AVG en rechtsbescherming
De registratie van contacten met rechts- en natuurlijke personen in een openbaar lobbyregister
vereist zorgvuldigheid met betrekking tot de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Het college werkt bij de uitwerking een privacyprotocol uit, waarbij wordt geborgd dat
persoonsgegevens slechts worden verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor de nagestreefde
transparantie. Rechts- en natuurlijke personen die in het register worden opgenomen, worden vooraf
geïnformeerd dat het contact als lobbyactiviteit wordt geregistreerd, conform de werkwijze die ook
Rotterdam hanteert.
De agendaopenbaarmaking raakt uitsluitend de zakelijke, externe afspraken van collegeleden in hun
hoedanigheid als bestuurder. Voor de lobbyparagraaf geldt dat uitsluitend rechts- en natuurlijk
personen die een particulier belang behartigen worden vermeld, hetgeen de privacyrisico's beperkt.
Om te voorkomen dat de maatregelen in de uitvoeringspraktijk onvoldoende effect sorteren, is in de
beslispunten opgenomen dat het college binnen zes maanden de precieze reikwijdte, het format en
de publicatiewijze van het lobbyregister en de agendaopenbaarmaking aan de raad voorlegt. Om
eventuele pijnpunten weg te nemen, vindt na twee jaar een evaluatie plaats opdat de raad tijdig kan
bijsturen wanneer de praktijk daartoe aanleiding geeft.

7. Alternatieven
Het alternatief voor dit initiatiefvoorstel is dat de raad besluit géén lobbyregister, geen
agendaopenbaarmaking en geen lobbyparagraaf invoert. Daarmee ziet Maastricht af van de
instrumenten die op gemeentelijk niveau beschikbaar zijn om de totstandkoming van beleid
inzichtelijker te maken en zo tot een transparanter stadsbestuur te komen. Bovendien zou dit een
gemiste kans zijn om het momentum te benutten om echt over te gaan tot een transparante en
vernieuwende bestuurscultuur.
De consequenties van deze nuloptie zijn, in samenhang bezien, de volgende:
1. Externe beïnvloeding blijft onzichtbaar.
Zonder lobbyregister blijft onbekend welke externe partijen met een particulier belang contact
onderhouden met collegeleden en hooggeplaatste, leidinggevende ambtenaren. Bovendien blijft
buiten schot welke invloed dit heeft op beleid in voorbereiding, waardoor de raad zijn controlerende
rol slechts gedeeltelijk kan vervullen. Tevens hebben pers en inwoners geen zicht hebben op wie
toegang heeft tot het bestuur.
2. Gesprekken van de leden van het college blijven buiten het gezichtsveld van raad en
inwoners.
Zonder agendaopenbaarmaking is niet controleerbaar met wie wethouders externe afspraken
hebben. Dit betekent de facto dat een substantieel deel van de bestuurlijke activiteit is onttrokken aan
publieke controle. Terwijl dit in een andere gemeente, zij het in beperktere vorm, reeds als
standaardpraktijk geldt.
3. Belangen in beleidsstukken blijven impliciet.
Zonder lobbyparagraaf is voor de raad niet aantoonbaar welke externe partijen aan de voorkant
invloed hebben gehad op de inhoud van een collegevoorstel, hetgeen de raad de mogelijkheid
ontneemt te beoordelen of sprake is van een evenwichtige voorbereiding en belangenafweging.
4. Maastricht wordt geen koploper transparantie in Nederland.
Rotterdam heeft als eerste gemeente de stap gezet tot het inzichtelijk maken van de lobby. De
verwachting bestaat dat andere gemeenten zullen volgen, mede in het licht van de aanbevelingen
van de Raad voor het Openbaar Bestuur. Door nu niet te handelen, mist Maastricht de gelegenheid
om op een moment waarop bestuurscultuur politiek hoog op de agenda staat een concrete invulling te
geven aan de breed gedragen wens tot meer transparantie.
5. Politiek-bestuurlijk signaal: transparantie gewenst, maar niet geïnstrumenteerd.
De nuloptie heeft een duidelijke bestuurlijke betekenis: de raad erkent daarmee impliciet dat meer
transparantie over de totstandkoming van beleid wenselijk is, maar ziet desondanks af van de
beschikbare instrumenten om die transparantie af te dwingen. Hierdoor blijft de brede wens tot een
nieuwe bestuurscultuur bij een voornemen in plaats van dit om te zetten in concrete verplichtingen.

8. Financiën
De invoering van een lobbyregister en -paragraaf brengt als zodanig geen automatische
begrotingswijziging met zich; het betreft een rapportageplicht die, conform de Rotterdamse aanpak,
als administratief proces kan worden ingericht. De agendaopenbaarmaking vergt een beperkte ICT-
en communicatie-inzet. Het college wordt verzocht bij de uitwerking van de reikwijdte en het format
van de maatregelen tevens een raming van de uitvoeringskosten aan de raad voor te leggen. Hierbij
wordt zo mogelijk aangegeven in hoeverre deze inzet binnen bestaande middelen kan worden
gerealiseerd dan wel – indien dat niet mogelijk blijkt – via een afzonderlijk voorstel aan de raad dient
te worden voorgelegd bij een regulier P&C-moment.

9. Communicatie
De effectiviteit van het lobbyregister is mede afhankelijk van bekendheid bij de partijen die eronder
vallen. Het college wordt geacht actief te communiceren naar externe partijen – met name
organisaties, bedrijven, andere rechtspersonen en maatschappen die regelmatig contact hebben met
het college of de ambtelijke organisatie – over de werking van het register, de rapportageplicht en de
gevolgen van niet-melding. Tevens wordt van het college verwacht dat de openbaarmaking van
agenda's en de lobbyparagraaf actief worden toegelicht aan raadsleden en pers, zodat deze
instrumenten daadwerkelijk worden gebruikt voor de beoogde controlefunctie. Het college neemt de
gekozen communicatiestrategie op in de uitwerkingsnotitie die binnen drie maanden na vaststelling
aan de raad wordt aangeboden.
10. Planning en vervolgproces
Vaststelling door de raad: 7 juli 2026
Uitwerkingsnotitie college: Q4 2026 (reikwijdte, format,
AVG-protocol, kostenraming)
Inwerkingtreding: 1 januari 2027
Evaluatie: 2 jaar na inwerkingtreding

Raadsleden
Dhr. J.E. Vaessen (Partij voor de Dieren)
Mevr. S. Blom (SP)
Dhr. J. Ortjens (Volt)

Bijlage 1
Raadsbesluit
DE RAAD DER GEMEENTE MAASTRICHT,
gezien het voorstel van het lid Vaessen (Partij voor de Dieren) van 16 juni 2026,
registratienummer 2026.02046;

BESLUIT:
1. Het college op te dragen een openbaar lobbyregister in te voeren, in de vorm van een
rapportageplicht, waarin vermeld komt te staan welke rechtspersonen op welk moment leden
van het college alsmede een nader door het college vast te stellen groep leidinggevende
ambtenaren in functie hebben benaderd met als doel het dienen van een kennelijk particulier
belang, en het college op te dragen de precieze reikwijdte, het format en de publicatiewijze van
dit register binnen zes maanden na vaststelling van dit besluit aan de raad voor te leggen;
2. Het college op te dragen de volledige externe agenda van alle wethouders wekelijks openbaar
te maken via de gemeentelijke website, met vermelding van minimaal de naam van de
gesprekspartner of organisatie, het globale onderwerp van de afspraak en de datum, waarbij
onder externe agenda zowel openbare representatieverplichtingen als beleidsmatige
werkafspraken worden verstaan, en deze openbaarmaking te realiseren binnen zes maanden
na vaststelling van dit besluit;
3. Het college op te dragen bij alle aan de raad aangeboden kaderstellende beleidsstukken een
lobbyparagraaf op te nemen, waarin staat vermeld welke rechtspersonen zijn geraadpleegd of
anderszins betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het voorstel en wat met hun
inbreng is gedaan, met inwerkingtreding eveneens binnen zes maanden na vaststelling van dit
besluit;
4. Het college te verzoeken twee jaar na inwerkingtreding van dit besluit een evaluatie uit te
voeren naar de effecten van het lobbyregister, de agendaopenbaarmaking en de
lobbyparagraaf, met specifieke aandacht voor administratieve lasten, uitvoeringskosten en de
mate waarin de maatregelen bijdragen aan transparantie in de gemeentelijke besluitvorming,
en de uitkomsten ter bespreking aan de gemeenteraad voor te leggen.

Aldus besloten door de raad der gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van
7 juli 2026.
de griffier, de voorzitter